Naar overzicht

De vierde training heeft bonus-kilometers

Het is kwart voor negen en de vierde training van het ZLM-Kustmarathonteam loopt op z'n einde. Hoewel? 'Hoe ver is het nog?', klinkt het achter uit de groep met hardlopers. 'Twee kilometer', antwoordt Adri Koole. Vijf minuten later wordt dezelfde vraag gesteld: 'Hoe ver is het nog?' Het antwoord is bijna hetzelfde: 'Ongeveer twee kilometer'. Een licht gegrinnik stijgt op uit de groep. Camping De Pekelinge komt steeds dichterbij, maar de afstand blijft twee kilometer...

De vierde training van het ZLM-Kustmarathonteam zou een lichte worden. De dag ervoor (woensdag) had een flink aantal fanatiekelingen al meegedaan aan de Open Kustmarathontraining van drie uur en op zaterdag zou de overgrote meerderheid van het team meedoen aan de Kustloop, de immer zware halve marathon van Vrouwenpolder.

Landen op je middenvoet
De training onder leiding van Jos den Hollander begon inderdaad heel kalmpjes. Na de start op camping De Pekelinge bij Oostkapelle deden we wat oefeningetjes en wat loopscholing in een parkje achter de kerk. Daarbij ging het erom dat je je voeten in hoog tempo netjes tussen de pilonnetjes neerzette. Wie zoiets goed doet, landt vanzelf op z’n middenvoet. Zeker als je je lichaam iets voorover laat vallen en de zwaartekracht een deel van het vuile loopwerk laat opknappen. De aandachtige lezers weten wat dat betekent. We hebben het er in het blog over de eerste training immers ook al over gehad. Toen probeerde Kim Reijnierse wat aan onze looptechniek te schaven door ons de middenvoetlanding aan te leren. Zoiets kost minder energie dan de haklanding, een vorm van bewegen waar ondergetekende zich te pas en te onpas ‘schuldig’ aan maakt.

Nou, die oefening ging lang niet onaardig, vond Jos. Maar hij was nog niet tevreden. We moesten onze stappen in een bepaalde frequentie doen. In een tempo van 180 stappen per minuut. Hardloopwetenschappers hebben namelijk uitgerekend dat je een marathon het effici√ęntst loopt met een stapfrequentie van 180 per minuut. Om te oefenen had Jos een metronoom meegenomen, een apparaatje dat middels piepjes het ritme aangeeft.

Ach, de metronoom. Mijn gedachten gingen terug naar een ver verleden, toen ik nog een ventje was. Met de metronoom ben ik opgegroeid. Mijn vader was muziekleraar en er werd veel aan huis gelest. Als er een leerling kwam gingen de schuifdeuren dicht en klonken in de huiskamer de doffe tonen van de piano. En soms de luide ‘neeeeeeheee’ van m’n vader als de leerling wat al te vaak de verkeerde toets aansloeg. En, heel vaak, het getik van de metronoom, dat vreemde apparaat dat de maat aangaf. Tiktaktiktaktiktak. Oneindig lang soms. Ik kreeg er soms een punthoofd van.

De metronoom van toen zag er heel anders uit dan die van nu. Toen was het een zwart, driehoekig kastje waaruit een balkje van links naar rechts en weer terug zwaaide. Dat veroorzaakte de tiktak. Moest ie sneller dan deed je het schuifje aan de balk naar beneden, moest ie langzamer dan schoof je hem naar boven. Als m’n vader er niet was, speelde ik er stiekem weleens mee: de metronoom zo snel mogelijk laten tiktakken en op het razendsnelle ritme mee springen. Of de metronoom juist zo langzaam mogelijk laten tikken en dan schaatsbewegingen maken, a la Ard en Keesie.

Compliment van de trainer
De metronoom van Jos zag er heel anders uit. Niet driehoekig en zonder zwaaiende arm en schuifje. Gewoon een piepklein doosje met vier knopjes erop. Waarschijnlijk Made in China. En hij zei geen tiktak maar piepiep, indien gewenst afwisselend met een hoge en een lage piep. Die oefening doen in een frequentie van 180 stappen per minuut viel nog niet mee. Je tempo moet dan behoorlijk hoog zijn. Voordeel is wel dat je maar hele kleine stapjes hoeft te maken. Wat nog niet vaak gebeurde, gebeurde nu wel. Ik kreeg een compliment van de trainer! Ik landde niet alleen netjes op de middenvoet, maar ook nog eens precies in de maat. Je begrijpt nu dat dat niet zo gek was: in mijn jeugd heb ik er tot in den treure op geoefend.

Na de oefeningen stond er nog een korte duurloop op het programma. Het werd een iets langere duurloop. Toen we na een kwartiertje op het strand waren aanbeland, moesten we natuurlijk even het nieuwe stukje Kustmarathon-parkoers verkennen. Het betekende zo’n twee kilometer strand richting Domburg. De klok tikte door, de vermoeide beentjes begonnen wat signalen af te geven. Uiteindelijk bereikten we de trap bij Westhove, die we ook bij de Kustmarathon moeten bestijgen. Het is een echte kuitenbijter, kan ik u vertellen.

Vanaf daar ging het terug naar de kantine van camping De Pekelinge, waar de zoon van Adri de scepter zwaait. De kortste weg was toch nog behoorlijk lang, met bovengenoemde vragen als gevolg. De ene B-weg volgde op de andere, maar het zou niet lang meer duren voordat we ons doel zouden bereiken…Het was al behoorlijk donker toen we de start- en finishplaats zagen opdoemen en lieten ons de hersteldrankjes extra goed smaken.

Scherpe tijden tijdens de halve marathon
Achteraf bleek de training alleen maar positief te hebben uitgepakt. De leden van het ZLM-Kustmarathonteam noteerden zaterdag in de halve marathon stuk voor stuk scherpe tijden. Wat te denken van de 1.36.45 van Lennart Zweemer. Een vet pr! Of van de 1.45.54 van Gérard de Nooijer, de 1.27.23 van Marius Besuijen en de 1.27.15 van Peter Balkenende, de laatste twee goed voor respectievelijk de tweede en eerste plaats in de categorie mannen 50+! Raymon van Belzen kwam na 1.56.52 tevreden over de streep. Hij was ruim binnen de 2 uur gebleven.

Bert de Vos komt langzaam maar zeker op dreef, mede omdat zijn achillespees voor steeds meer positieve inbreng zorgt: 1.53.59. Eervolle vermeldingen waren er ook voor Adri Koole met zijn 1.52.45 (ook hij kampt nog met achillespees-klachten), Jessica Maas met 2.25.22, Pieter den Hollander met 1.50.31 en Henny Strating met 1.50.29 (tweede bij de vrouwen 50+!). Ingrid Koene deed het rustig aan met 2.03.20 en ikzelf was zeer tevreden met 1.41.59. Op naar 6 oktober!

Koen de Vries